Heb jij een Fitbit, Misfit of een smartwatch om je arm waarmee je je slaap kunt bijhouden, je hartslag kunt meten en waarop je kunt zien hoeveel stappen je al hebt gezet die dag? Dan ben je goed bezig, want wearables stimuleren een gezondere levensstijl. Maar inmiddels doen die wearables al jaren hetzelfde, blijft dat zo of zit daar meer in?
Google heeft met Fitbit een partnerschap om de informatie van Fitbit te delen met medici. Via Google Cloud for Healthcare wordt de data inzichtelijk gemaakt. Nu gaat er natuurlijk wel wat aan vooraf om de hele medische wereld hierop aan te sluiten. Bovendien heeft niet iedereen per se een Fitbit, maar het is in ieder geval goed voor een arts om te kunnen zien hoe het zit met je beweging. Bovendien schijn je aan de gegevens van het hartritme te kunnen zien dat iemand verzwakt is.
Er zijn ook minder reguliere wearables op de markt die al speciaal om medische redenen worden ingezet. De Embrace houdt bij of iemand een epileptische aanval heeft en stuurt een melding naar iemands familie of hulpdiensten. Kunstmatige intelligentie leert de aanvallen te herkennen en kan zo steeds beter inschatten of iemand in orde is. In datzelfde straatje is er Dexcom G6, dat via een sensor onder de huid de bloedsuikerspiegel kan meten, waardoor bloed prikken voor een suikerpatiënt niet meer nodig is.
Nu zijn die toepassingen voor mensen met epilepsie en suikerziekte erg handig, maar als je hier geen last van hebt, dan heb je in principe geen reden om een wearable te dragen die dit kan uitlezen. Vergis je echter niet, de bloedsuikerspiegel meten kan ook heel effectief zijn voor mensen die een dieet volgen. Het zou natuurlijk geweldig zijn als wearables beter kunnen detecteren welke vitaminen of vetten we nog missen, zodat we onze voeding hierop nog beter kunnen aanpassen.
De kans is groter dat wearables zich uitbreiden in andere vormen, dus bijvoorbeeld als zooltjes in je schoenen om nog beter te registreren hoeveel je beweegt en of je bijvoorbeeld je voeten goed neerzet tijdens het hardlopen. Of bijvoorbeeld zulke technologie in je matras om te controleren hoe warm je wordt in je slaap, hoe diep je slaapt en in hoeverre je veel beweegt. Dat is weinig wearable, maar is wel een soort uber-verlengstuk van je wearable, zoals bijvoorbeeld de speciale weegschaal dat is voor je Fitbit (die meet ook je vetpercentage, wat weer wordt doorgegeven aan de Fitbit-app).
Tot slot kan het ook nog een heel andere kant op met wearables. Amazon schijnt haar pijlen op een heel andere toekomst te richten. Het wil een spraakaangestuurde wearable ontwikkelen die uit je stem kan lezen wat je emotie is. Het vreemde is dat Amazon die niet wil gebruiken om bijvoorbeeld mensen met depressieve klachten te helpen. Het wil zorgen dat advertenties nog beter op je afgestemd kunnen worden. Niet dat het alleen een marketingtool moet worden, want het moet ook advies geven over hoe je met anderen kunt omgaan voor een beter leven.
Kortom, wearables kunnen ons in de toekomst in nog verdere mate inzicht geven in hoe ons lijf (en blijkbaar ook onze geest) ervoor staat. Het is alleen de vraag in hoeverre we hiervoor ook verder gaan in wat we toelaten dat zo’n apparaat uitleest. Wil je bijvoorbeeld wel een sensortje laten implanteren dat helpt je bloedsuikerspiegel te meten? En geef jij je Fitbit wel toestemming de inzichten te delen met je arts? Voor we de wearable echt grootschalig voor ons welzijn kunnen inzetten, zijn dat nog wel belangrijke discussies om te voeren.